
Op het oog zonnig
voorwoord Maarten van Aalst, hoofddirecteur KNMI

Maarten van Aalst
2025 was het op één na zonnigste jaar sinds het begin van de metingen in 1901. Tegelijk liggen voor het eerst de tien warmste jaren uit de KNMI-meetreeks allemaal in deze eeuw. Wereldwijd nadert de temperatuurstijging sinds eind negentiende eeuw de grens van 1,5 °C uit het Klimaatakkoord van Parijs, terwijl de CO₂-uitstoot nog steeds groeit. Daardoor nemen ook voor ons land de risico’s toe.
We zagen dit jaar al de gevolgen van langdurige hitte en droogte, met twee hittegolven en natuurbranden. Dit veranderende klimaat confronteert ons met grote vragen: hoe maken we Nederland weerbaarder tegen hitte, droogte, wateroverlast en natuurbranden? En hoe houden we onze infrastructuur, natuur, landbouw en zorg veerkrachtig? Om daar beter op voorbereid te zijn, publiceerde het KNMI Een Extreem Rapport. Daarin beschrijven we negen mogelijke weersextremen die vandaag al kunnen voorkomen en wat die voor onze samenleving kunnen betekenen.
Ook hebben we in 2025 klimaatscenario’s gepubliceerd voor Aruba, Bonaire en Curaçao. Een unieke samenwerking tussen de meteorologische instituten van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland. Dit inzicht helpt deze landen om zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering.
De toenemende extremen in een veranderend klimaat onderstrepen het belang van tijdige waarschuwingen om schade en leed te beperken. Ook in 2025 leverden we Nederland als Early Warning Centre 24/7 de beste informatie om te kunnen anticiperen op het weer van de komende uren, dagen en weken. Dat doen we voor heel Nederland met onze waarschuwingsodes, maar ook in steeds nauwere samenwerking met allerlei professionele partners, waaronder de veiligheidsregio’s.
Bij de waarschuwingen spelen satellieten een steeds grotere rol. Voor investeringen trekken we op met onze Europese partners. In 2025 lanceerden we de verschillende nieuwe weersatellieten, waaronder MetOp-SG van ESA en EUMETSAT, waar het KNMI, samen met andere Nederlandse instituten, al lang bij betrokken is. Deze satellieten verbeteren onze weersverwachtingen en brengen luchtvervuiling in kaart.
Naast risico’s met betrekking tot weer en klimaat houdt het KNMI ook seismische risico’s in de gaten, waaronder aardbevingen (en onze vulkanen op de Caribische eilanden). In november werden Groningers geconfronteerd met een zware aardbeving bij Zeerijp. Het is iedere keer van groot belang om snel duidelijkheid te geven over oorzaak, kracht en mogelijke gevolgen. Onze seismologen hebben de beving direct geanalyseerd en geduid, zodat inwoners snel beschikten over betrouwbare informatie.
Terugkijkend op 2025 kunnen we trots zijn op wat we dit jaar als instituut opnieuw hebben betekend voor ons land. Maar we moeten ook concluderen dat er nog veel te doen is om Nederland veilig en leefbaar te houden in een woelige wereld, met toenemende weersextremen en in een spannende energietransitie. Naast de beste wetenschap vraagt dat vooral ook samenwerking, zodat onze kennis maximaal bruikbaar is voor allerlei beslissingen in het dagelijks leven. Veel dank aan al onze partners, van Rijkswaterstaat tot de Luchtverkeersleiding en van Veiligheidsregio’s tot Waterschappen. Samen houden we Nederland veilig en leefbaar, ook in een snel veranderend klimaat.