
Caribisch Nederland
weer, klimaat en orkaanseizoen
Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba was 2025 een bovengemiddeld warm jaar. De jaargemiddelde temperatuur voor Bonaire was 28,5 °C, dat is 0,6 graad warmer dan het langjarig gemiddelde. Voor Saba en Sint Eustatius was de jaargemiddelde temperatuur 27,7 °C, dat is 0,5 graad warmer dan het langjarig gemiddelde. Alle maanden van het jaar waren warmer dan gemiddeld. Daarmee was 2025 het derde jaar op rij dat bovengemiddeld warm was.
Droogte in Bonaire
Het was niet zo warm als recordjaar 2024, onder andere omdat in 2024 deels sprake was van El Niño- condities in de stille oceaan en in (begin) 2025 van La Niña-condities. In het Caribisch gebied zijn temperaturen tijdens een La Niña lager. Ook valt er in de regio meer regen en is de kans op tropische stormen groter. Ondanks deze La Niña-condities was het dit jaar bovengemiddeld droog op Bonaire, er viel 221 millimeter (27%) minder regen dan gemiddeld.
Voor Saba en Sint Eustatius was het een gemiddeld jaar met 904 millimeter regen. Toch was juist het droge seizoen veel natter dan gemiddeld met 86 millimeter meer regen (+60%). Dit kwam vooral doordat in april veel regen viel. Ook viel veel regen toen orkaan Erin langstrok in augustus en tropische storm Jerry in oktober. De stormen hebben voor zover bekend geen schade aangericht.
Aardbevingen
Rond de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) werden er 93 natuurlijke bevingen geteld in 2025. De zwaarste aardbeving bij Saba en Sint Eustatius vond plaats op 27 oktober en had een magnitude van 6,6.
Klimaatscenario's Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Hoe ziet het klimaat op Aruba, Curaçao en Sint Maarten eruit in 2050 en 2100? Dat staat in de nieuwe klimaatscenario's voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze klimaatscenario's helpen de landen om zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De klimaatscenario's werden op 16 december gepresenteerd door het International Panel on Deltas and Coastal Areas (IPDC). Ze zijn tot stand gekomen via een unieke samenwerking tussen de meteorologische instituten van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland.
Bevindingen
Uit de nieuwe scenario’s blijkt dat de temperatuur op de eilanden verder oploopt. Bij hoge uitstoot kan de gemiddelde jaarlijkse temperatuur in 2050 met ongeveer 1,3 graden stijgen, oplopend tot ongeveer 3,3 graden in 2100. In dat geval worden de traditioneel koelste maanden (december tot februari) zelfs warmer dan de warmste maand in het huidige klimaat. Ook in het lage uitstootscenario stijgt de gemiddelde temperatuur eind deze eeuw met 0,7 graden. Het verschil tussen de twee laat duidelijk zien dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen van enorme invloed is op het klimaat eind deze eeuw.
De scenario’s laten ook zien dat er minder regen kan gaan vallen. In de meest extreme scenario's kan de gemiddelde regenval tegen het einde van de eeuw met de helft zijn afgenomen ten opzichte van nu. Bij gunstigere scenario’s blijft de droogte beperkt en voor Sint Maarten tonen sommige uitkomsten zelfs een lichte toename van neerslag.
Op de lange termijn, na 2100, zou de zeespiegel zeker met meer dan 1 meter kunnen stijgen. Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen nu niet meer zou toenemen. Rond 2050 liggen de scenario’s nog dicht bij elkaar, maar tegen 2100 lopen de verschillen sterk uiteen van 48 centimeter in het lage uitstootscenario tot 82 centimeter in het hoge uitstootscenario.
Unieke samenwerking
De klimaatscenario's zijn overhandigd en toegelicht tijdens workshops voor lokale overheden op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Ook organiseren we trainingen voor de meteodiensten zodat zij de scenario's kunnen communiceren en zelf een update kunnen maken. Daarnaast worden historische meteorologische gegevens gedigitaliseerd zodat informatie over het weer beter toegankelijk wordt voor toekomstig klimaatonderzoek.
De scenario’s zijn ontwikkeld door het IPDC in samenwerking met het KNMI, Departamento Meteorologico Aruba (DMA), Meteorological Department Curaçao (MDC), Meteorological Department St. Maarten (MDS) en de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het IPDC is een initiatief dat wordt gefinancierd door de Nederlandse regering. De scenario’s maken deel uit van het meest recente IPDC-project in het Caribisch deel van het Koninkrijk, gericht op klimaatscenario’s en digitalisering van meteorologische data.
Orkaanseizoen 2025: Minder orkanen, maar wel zwaarder
Het Atlantische orkaanseizoen zat dit jaar qua aantal stormen iets onder het langjarig gemiddelde, maar qua intensiteit was het een bovengemiddeld zwaar seizoen. Er vormden dertien tropische stormen, waarvan er vijf doorgroeiden tot orkanen. Van deze vijf waren er vier zware orkanen: één Categorie-4 orkaan, en maar liefst drie Categorie-5 orkanen. De verwoestende orkaan Melissa, een van de sterkste orkanen ooit, zorgde voor veel schade op Jamaica, Haïti en Cuba.
Satellietbeeld Orkaan Melissa
Verwachting
Op 1 juni, de start van het orkaanseizoen, was de verwachting dat het gemiddeld tot net iets bovengemiddeld seizoen zou worden. Deze verwachting was gebaseerd op El Niño of La Niña, die dit seizoen niet voorkwamen. Zonder beide verschijnselen spreken we van neutrale condities en daarbij hoort een gemiddeld aantal orkanen. We zien bij een El Niño (opwarming) in de Atlantische Oceaan vaak verminderde orkaanactiviteit; bij een La Niña (afkoeling) zien we juist meer orkaanactiviteit.
De warme temperatuur van het tropische zeewater zorgde voor de zwaarte van de orkanen. Orkanen hebben namelijk zeewater van minstens 27 graden °C nodig om te kunnen ontstaan en sterker te worden. Hoe warmer het zeewater is, hoe meer energie er beschikbaar is voor een orkaan om sterker te worden. In het tropische gebied van de Atlantische Oceaan is deze temperatuur tijdens het orkaanseizoen van 2025 0.5 tot 1 graden hoger dan gemiddeld geweest. In de Caribische Zee werden temperaturen tot wel 1.4 graden hoger waargenomen. Deze extra warmte zorgde voor een enorme toename in intensiteit.
Orkaan Melissa
Waar het orkaanseizoen over het algemeen vrij rustig verliep doordat de meeste stormen boven de open oceaan bleven, zorgde orkaan Melissa ervoor dat dit seizoen alsnog de boeken inging als een rampzalig seizoen. Deze orkaan kwam op 28 oktober aan land in New Hope, Jamaica, en bereikte daarbij windsnelheden van 295 km/u. Observaties hebben aangetoond dat Orkaan Melissa zelfs windstoten tot boven de 400 km/u bereikt heeft – nog nooit eerder werden er zulke hoge windstoten gemeten in een orkaan, een absoluut record dus. De wind, stormvloed en overvloedige regenval, die gepaard ging met Melissa, heeft voor enorme schade gezorgd op Jamaica, Haïti en Cuba.
Erin en Humberto
De andere Categorie-5 orkanen waren Erin en Humberto. Humberto bleef hangen boven de Atlantische Oceaan en vormde geen bedreiging voor kustgebieden. Erin daarentegen heeft op haar lange tocht boven de Atlantische Oceaan wel meerdere gebieden bedreigd. Zo zorgde de storm, toen het nog een relatief zwak systeem was, voor overstromingen op de Kaapverdische Eilanden. Hierbij vielen negen doden en werd er voor ruim honderdduizend euro aan schade gemeld. Aan de andere kant van de oceaan trok Erin ten noorden van de Bovenwindse Eilanden langs. Hiervoor stonden er waarschuwingen uit op Saba en Sint Eustatius, al heeft de orkaan voor weinig overlast gezorgd op deze eilanden.
Weer opvallende stilte
Net als in 2024 kende ook dit seizoen een opvallende onderbreking. Tussen 29 augustus en 16 september – normaal gesproken de piek van het orkaanseizoen – ontstond geen enkele tropische storm. Deze stilte werd veroorzaakt door sterke windschering: grote verschillen in windsnelheid tussen het aardoppervlak en hogere luchtlagen. Wanneer er meer windschering aanwezig is, zoals in deze periode tussen eind augustus en medio september, wordt een storm kapot geblazen en kan er zich dus ook geen orkaan vormen. Daarnaast was er veel droge lucht aanwezig boven de Atlantische Oceaan. Orkanen hebben warme, vochtige lucht nodig, en droge lucht kan dan juist een storm als het ware doen “stikken”.
Toch bleek ook dit jaar dat zo’n rustige periode geen voorbode is van een vroegtijdig einde. In de anderhalve maand na deze stilte vormden zich nog zeven stormen, waaronder de categorie 4-orkaan Gabrielle en de categorie 5-orkanen Humberto en Melissa.
Net als in 2024 kende ook dit seizoen een opvallende onderbreking.